Opleiding

Beginselen van reanimatieopleiding

Hierna volgt een samenvatting van de belangrijkste nieuwe inzichten of wijzigingen in de aanbevelingen voor reanimatieopleiding sinds de 2010 ERC Richtlijnen.

Training

  • In centra die de middelen hebben om hoogwaardige oefenpoppen te kopen en te onderhouden, raden wij het gebruiken daarvan aan. Het gebruik van minder hoogwaardige poppen is echter geschikt voor alle opleidingsniveaus van ERC-cursussen.
  • CPR-feedbackapparaten met steminstructies zijn nuttig voor het verbeteren van de compressiesnelheid, de compressiediepte, het loslaten en de handpositie. Apparaten met louter een geluidsmetronoom verbeteren enkel de compressiesnelheid en kunnen een nadelig effect hebben op de compressiediepte, omdat de hulpverleners uitsluitend op de snelheid letten.
  • De intervallen tussen de herhalingscursussen verschillen afhankelijk van het soort deelnemers (leken versus hulpverleners). Men weet dat de CPR-vaardigheden al binnen enkele maanden na de training achteruitgaan en om die reden is jaarlijkse hertraining misschien niet voldoende. Hoewel de optimale intervallen niet gekend zijn, kunnen frequente hertrainingen 'in lage dosis' gunstig zijn.
  • De training in niet-technische vaardigheden (communicatievaardigheden, de rol van teamleiders en -leden) is een essentiële aanvulling van de training in technische vaardigheden. Deze training moet worden opgenomen in reanimatiecursussen.
  • Operatoren van het hulpcentrum 112 spelen een belangrijke rol in de begeleiding van leken bij het reanimeren. Deze rol vereist een specifieke training om duidelijke en effectieve instructies te geven in een stressvolle situatie.

Implementatie

  • Een gegevensgestuurde, prestatiegerichte debriefing verbetert de prestaties van de reanimatieteams. Wij raden deze dan ook ten zeerste aan voor teams die patiënten met een hartstilstand behandelen.
  • Regionale systemen die reanimatiecentra omvatten moeten worden aangemoedigd, aangezien er een verband bestaat met een verhoogde overleving en verbeterde neurologische uitkomsten bij slachtoffers van OHCA.
  • Nieuwe systemen worden ontwikkeld om omstanders attent te maken op de dichtstbijzijnde AED. Elke technologie die de levering van snelle CPR door omstanders met snelle toegang tot een AED mogelijk maakt, moet worden aangemoedigd.
  • 'It takes a system to save a life' [http://www.resuscitationacademy.com/] Zorgsystemen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van patiënten met een hartstilstand (bv. EMS-organisaties, reanimatiecentra) moeten hun processen evalueren om te verzekeren dat ze zorg kunnen verstrekken die de beste overlevingskansen garandeert.

Basisopleiding

Wie opleiden en hoe

Basisreanimatie (BLS) is de hoeksteen van de reanimatie en het staat vast dat cardiopulmonaire reanimatie (CPR) door omstanders essentieel is voor de overleving van hartstilstand buiten het ziekenhuis. Borstcompressies en vroege defibrillatie zijn de belangrijkste determinanten voor de overleving van hartstilstand buiten het ziekenhuis. Er zijn aanwijzingen dat de invoering van opleidingen voor leken de overleving na 30 dagen en 1 jaar heeft verbeterd.

Er is bewijs dat de BLS-opleiding van leken het aantal mensen dat bereid is om basisreanimatie toe te passen in een reële situatie effectief verhoogt. In populaties met hoog risico (bijvoorbeeld gebieden met een hoog risico van hartstilstand en een lage respons door omstanders) blijkt uit recent bewijs dat specifieke factoren kunnen worden geïdentificeerd die een gerichte opleiding op basis van de unieke kenmerken van de gemeenschap mogelijk maken. Er is bewijs dat mogelijke hulpverleners in deze populaties waarschijnlijk niet op eigen initiatief opleiding zullen zoeken, maar dat zij na een opleiding vaardigheden en/of kennis in basisreanimatie verwerven. Zij zijn bereid om opgeleid te worden en zullen de opleiding waarschijnlijk met anderen delen.

Het onderricht van alle schoolkinderen is één van de belangrijkste stappen om het aantal reanimaties door omstaanders te verhogen en de overleving wereldwijd te verbeteren. Dit kan gemakkelijk worden bereikt vanaf twee uur les per jaar, te beginnen op de leeftijd van 12 jaar. Op deze leeftijd zijn schoolkinderen positief ingesteld voor het aanleren van reanimatietechnieken. Zowel medische professionals als leerkrachten hebben een speciale training nodig om dergelijk resultaat te bereiken met kinderen.

Het is bewezen dat goed opgeleide operatoren van het hulpcentrum 112 de CPR door omstanders en de patiëntresultaten kunnen verbeteren. Maar er bestaan twijfels over hun vermogen om een hartstilstand te herkennen, vooral in verband met de agonale ademhaling. De training van de operatoren van het hulpcentrum 112 moet dan ook de nadruk leggen op de identificatie en de betekenis van agonale ademhaling en het belang van convulsies als deelaspect van hartstilstand. Daarnaast moet men operatoren van het hulpcentrum 112 vereenvoudigde scenario's aanleren om omstanders te assisteren bij de CPR.

BLS/AED-curricula moeten worden afgestemd op de doelgroep en zo eenvoudig mogelijk zijn. Een betere toegang tot verschillende trainingsmodaliteiten (bijvoorbeeld het gebruik van digitale media, online training door een instructeur) en zelfstudie bieden alternatieve methoden om zowel leken als professionele hulpverleners reanimatietechnieken aan te leren. Zelfinstructieprogramma's met synchrone of asynchrone praktische oefeningen (bv. video, dvd, onlinetraining, computerfeedback tijdens de training) lijken voor leken en professionele hulpverleners die BLS-vaardigheden leren een effectief alternatief voor cursussen door een instructeur.

Als minimumvereiste zouden alle burgers moeten leren borstcompressies te geven. In het ideale geval zouden alle burgers de volledige reanimatievaardigheden moeten leren (compressie en ventilatie in een verhouding van 30:2). Wanneer de training beperkt is in de tijd of opportunistisch is (bv. door een operator hulpcentrum 112 telefonisch geassisteerde CPR voor omstanders, massa-evenementen, overheidscampagnes, virale internetvideo's), moet ze zich enkel richten op compressies. Lokale gemeenschappen kunnen hun aanpak aanpassen aan de epidemiologie van hun lokale bevolking, de culturele normen en de frequentie van de respons van omstanders. Personen die aanvankelijk enkel zijn getraind om compressies te geven, kunnen in een volgende opleiding beademingen aanleren. In het ideale geval zouden deze personen eerst worden opgeleid om te reanimeren met alleen compressies, en vervolgens tijdens dezelfde opleidingssessie het geven van borstcompressies in combinatie met beademingen aanleren. Leken met een zorgplicht, zoals eerstehulpverleners, redders en verzorgers, moeten de standaardreanimatie leren, dus borstcompressies en beademingen.

De meeste studies tonen aan dat reanimatievaardigheden binnen de drie tot zes maanden na de eerste training achteruitgaan. AED-vaardigheden houden langer stand dan enkel BLS-vaardigheden. Er zijn aanwijzingen dat een frequentere, korte training de BLS-training zou kunnen verbeteren en de achteruitgang van de vaardigheden zou kunnen verminderen. Uit een systematische evaluatie van de literatuur bleek dat audiovisuele feedbackapparaten tijdens de reanimatie resulteerden in borstcompressieparameters die dichter bij de aanbevelingen lagen, maar er werd geen bewijs gevonden dat dit zich uit in verbeterde patiëntresultaten.

Gevorderde training

Gevorderde cursussen behandelen de kennis, vaardigheden en attitudes die nodig zijn om te functioneren als lid (en uiteindelijk leider) van een reanimatieteam. Ondersteunend bewijs is geleverd voor gemengde leermodellen (zelfstandig elektronisch leren in combinatie met een kortere duur van opleidingen met een instructeur). Simulatietraining is een integraal onderdeel van de reanimatietraining en heeft een verbetering aangetoond van de kennis en vaardigheden in vergelijking met de opleiding zonder simulatie. Er bestaat geen bewijs dat de deelnemers aan ALS-cursussen meer of betere CPR aanleren wanneer men realistische oefenpoppen gebruikt. Realistische oefenpoppen kunnen worden gebruikt, maar als ze niet beschikbaar zijn, is het gebruik van minder realistische poppen aanvaardbaar voor de standaard opleiding in gespecialiseerde reanimatie.

Opleiding in niet-technische vaardigheden, met inbegrip van leiderschap en teamtraining om het reanimatieresultaat te verbeteren

Na de implementatie van teamopleidingen werd een toename van de in-hospitaal overleving na hartstilstand bij kinderen en bij chirurgische patiënten vastgesteld. Het is aangetoond dat de reanimatieprestaties van een team verbeteren bij een reële hartstilstand of in gesimuleerde in-hospitaal ALS-scenario's wanneer specifieke team- of leiderschapstraining is toegevoegd aan de gevorderde cursussen. Als de gesimuleerde scenariotraining wordt gevolgd door een debriefing vindt er een leermoment plaats, in tegenstelling tot bij scenariotrainingen zonder debriefing. Studies hebben geen verschil aangetoond tussen debriefings met en zonder het gebruik van videoclips. Er bestaat nieuwe evidentie dat kortere maar frequentere hertrainingen met oefenpoppen, onder de vorm van een training op de afdeling, de kosten kunnen verlagen, de totale tijd van de bijscholing kunnen verminderen en door de cursisten beter worden gewaardeerd. Hertrainingen zijn altijd noodzakelijk om de kennis en vaardigheden in stand te houden; hun optimale frequentie is echter onduidelijk.

Implementatie en change management

De overlevingsformule eindigt met 'lokale implementatie'. De combinatie van medische wetenschap en onderwijsefficiëntie volstaat niet om de overleving te verbeteren indien de implementatie ontbreekt of gebrekkig is.

Impact van richtlijnen

In elk land is de praktijk van de reanimatie in grote mate gebaseerd op de implementatie van internationaal overeengekomen reanimatierichtlijnen. Studies over de impact van de internationaal overeengekomen reanimatierichtlijnen suggereren een positieve weerslag op de CPR-prestaties, de terugkeer van de spontane circulatie en de overleving tot ziekenhuisontslag.

Gebruik van technologie en sociale media

De prevalentie van smartphones en tablets heeft een groot aantal benaderingen van de implementatie door middel van 'apps' en sociale media doen ontstaan.

De prestaties van reanimatiesystemen meten

Naarmate de systemen voor de verbetering van de uitkomst na hartstilstand evolueren, moeten we hun impact nauwkeurig beoordelen. De meting van de prestaties en de implementatie van initiatieven voor de verbetering van de kwaliteit zullen de systemen verder vervolmaken om optimale resultaten op te leveren.

Debriefing na reanimatie in de klinische omgeving

Feedback naar de leden van een in-hospitaal team voor hartstilstand over hun prestaties tijdens een feitelijke hartstilstand (dus niet in de opleidingsomgeving) kan tot betere uitkomsten leiden. De feedback kan in reële tijd en op basis van gegevens worden geleverd (bv. met behulp van apparaten die feedback geven over de meting van de cardiale compressie), of tijdens een gestructureerde op de prestaties gerichte debriefing na het event.

Medische urgentieteams (MET- teams) voor volwassenen

De eerste schakel van de overlevingsketen voor hartstilstand is de vroege herkenning van de deteriorerende  patiënt en de preventie van hartstilstand. Wij bevelen het gebruik van een medisch urgentieteam aan, aangezien dit gepaard gaat met een lagere incidentie van cardiale/respiratoire stilstand en met betere overlevingscijfers. Het medische spoedteam is een onderdeel van een systeem voor snelle respons, dat ook de opleiding omvat van het personeel in de tekenen van de achteruitgang van de patiënt en in een gepaste en regelmatige monitoring van de vitale parameters, samen met duidelijke richtlijnen (bv. via oproepcriteria of scores voor vroege waarschuwing) om het personeel te helpen bij de vroege detectie van de achteruitgang van de patiënt, een helder en uniform systeem voor het oproepen van hulp, en een klinische respons op oproepen voor hulpverlening.

Training in omgevingen met beperkte middelen

Er bestaan veel verschillende technieken voor het aanleren van basis en gespecialiseerde reanimatie in omgevingen met beperkte middelen. Ze omvatten simulatie, multimedia leren, zelfstudie, beperkte instructie en computer gestuurde zelfstudie. Sommige van deze technieken zijn minder duur en vereisen minder middelen in termen van instructeurs, zodat ze een ruimere verspreiding van de opleiding in basis en gespecialiseerde reanimatie mogelijk maken.

Top