Basic Life Support

Samenvatting van de belangrijkste wijzigingen sinds de Richtlijnen 2010

Basisreanimatie van volwassenen en automatische externe defibrillatie (BLS-AED)

  • De ERC Richtlijnen 2015 benadrukken het cruciale belang van de interactie tussen de operator van het hulpcentrum 112, de omstander die cardiopulmonaire reanimatie (CPR) uitvoert en het tijdig inzetten van een automatische externe defibrillator (AED). Een effectief, gecoördineerd beleid dat deze elementen combineert is essentieel voor het verbeteren van de overleving na hartstilstand buiten het ziekenhuis (Figuur 1.1).

Figure 1.1     
De interacties tussen de operator van het hulpcentrum 112, de omstander en het tijdig gebruik van een automatische externe defibrillator zijn de cruciale ingrediënten voor de verbetering van de overleving bij hartstilstand buiten het ziekenhuis.

  • De operator van het hulpcentrum 112 speelt een belangrijke rol in de vroegtijdige diagnose van hartstilstand, het verstrekken van telefonische instructies bij de reanimatie (ook phone CPR genoemd) en het lokaliseren en inschakelen van een AED.
  • De omstander die getraind is en in staat om hulp te verlenen, moet het gecollabeerd slachtoffer snel evalueren om te bepalen of het onbewust is en niet normaal ademt. Als dat het geval is, dient de omstander onmiddellijk de hulpdiensten te bellen.
  • Het slachtoffer dat niet reageert en niet normaal ademt, is in hartstilstand en heeft reanimatie nodig. Omstanders en operatoren van het hulpcentrum 112 moeten een hartstilstand vermoeden bij alle patiënten met convulsies en moeten zorgvuldig evalueren of het slachtoffer normaal ademt.
  • Hulpverleners met kennis van reanimatie, moeten borstcompressies toedienen bij alle slachtoffers met een hartstilstand. Hulpverleners getraind en in staat om beademingen te geven, moeten borstcompressies en beademingen combineren. Wij zijn onvoldoende zeker dat uitsluitend borstcompressies toedienen gelijkwaardig zou zijn aan standaard CPR om de huidige richtlijnen te veranderen.
  • Een hoogwaardige CPR blijft essentieel voor de verbetering van de overleving van een slachtoffer. De borstcompressies dienen voldoende diep te zijn (ongeveer 5 cm, maar niet meer dan 6 cm bij de gemiddelde volwassene), met een snelheid van 100 tot 120 compressies per minuut. Laat de borstkas na elke compressie volledig terugveren en beperk de onderbrekingen tussen de borstcompressies tot een minimum. Blaas bij het beademen gedurende 1 seconde lucht in borstkas tot u deze omhoog ziet komen. De aanbevolen verhouding compressie/ventilatie blijft 30:2. Onderbreek de borstcompressies niet langer dan 10 seconden voor het geven van beademingen.
  • Defibrillatie binnen de 3 tot 5 minuten na de collaps kan de overlevingskansen verhogen tot 50-70%. Vroegtijdige defibrillatie is mogelijk wanneer Eerstehulpverleners over een voor het publiek toegankelijke of een private AED kunnen beschikken. Publieke toegang tot AED-programma's moeten actief worden geïmplementeerd in openbare plaatsen met een hoge bevolkingsdichtheid.
  • Het reanimatiealgoritme voor volwassenen kan veilig worden gebruikt bij kinderen die niet reageren en niet normaal ademen. De compressiediepte bij kinderen is ten minste een derde van de diepte van de borstkas (4 cm bij zuigelingen, 5 cm bij kinderen).
  • Een ernstige obstructie van de luchtweg door een vreemd voorwerp is een medisch noodgeval en vereist een onmiddellijke behandeling met rugslagen en, als dat de obstructie niet opheft, abdominale compressies (Heimlich manoeuvre). Indien het slachtoffer het bewustzijn verliest, moet u onmiddellijk de reanimatie starten terwijl hulp wordt geroepen.

Top

Basis reanimatie van volwassenen en automatische externe defibrillatie

Het hoofdstuk over de basisreanimatie (Basic Life Support, BLS) en de automatische externe defibrillatie (AED) bevat richtlijnen voor de technieken gebruikt tijdens de initiële reanimatie van een volwassen slachtoffer met een hartstilstand. Dit omvat BLS (ondersteuning van de luchtweg, de ademhaling en de circulatie zonder uitrusting, met uitzondering van een beschermingsmiddel) en het gebruik van een AED. Daarnaast zijn eenvoudige technieken opgenomen die worden gebruikt bij verstikking (luchtwegobstructie door een vreemd voorwerp). De richtlijnen voor het gebruik van manuele defibrillatoren en het opstarten van reanimatie in het ziekenhuis worden beschreven in hoofdstuk 3. Er wordt een samenvatting van de stabiele zijligging gegeven, met meer informatie in het hoofdstuk over eerste hulp.

De richtlijnen zijn gebaseerd op de ILCOR 2015 Consensus on Science and Treatment Recommendations (CoSTR) voor BLS/AED. De ILCOR-beoordeling heeft betrekking op 23 belangrijke onderwerpen die aanleiding hebben geven tot 32 aanbevelingen over het vroegtijdig benaderen en de preventie van hartstilstand, het snel starten van kwaliteitsvolle reanimatie en het snel starten van defibrillatie.

Top

Hartstilstand

Plotse hartstilstand (Sudden Cardiac Arrest, SCA) is een van de belangrijkste doodsoorzaken in Europa. Tijdens de eerste analyse van het hartritme wordt bij ongeveer 25-50% van de slachtoffers van een plotse hartstilstand ventrikelfibrillatie (VF) vastgesteld, maar wanneer het ritme kort na de collaps wordt geregistreerd, in het bijzonder door een AED ter plaatse, kan het aandeel slachtoffers met VF oplopen tot 76%. De aanbevolen behandeling van een VF-hartstilstand is de onmiddellijke reanimatie door omstanders en de vroegtijdige defibrillatie. De meeste hartstilstanden van niet-cardiale oorsprong hebben een respiratoire oorzaak, zoals verdrinking (veel voorkomend bij kinderen) en verstikking. Beademing en borstcompressies zijn beiden cruciaal voor een succesvolle reanimatie van deze slachtoffers.

Top

De overlevingsketen

De overlevingsketen beschrijft de vitale stappen die nodig zijn voor een succesvolle reanimatie (Fig. 1.2). De meeste van deze stappen kunnen worden toegepast op slachtoffers van een primaire hartstilstand of een door verstikking veroorzaakte hartstilstand.

BLS
Figure 1.2 De overlevingsketen

1: Vroegtijdige herkenning en hulp inroepen

Door de cardiale oorsprong van pijn op de borst te herkennen en de hulpdiensten te bellen vooraleer een slachtoffer collabeert, kunnen de hulpdiensten sneller ter plaatse zijn, hopelijk voor de hartstilstand zich heeft voorgedaan, wat de overlevingskansen vergroot. Zodra de hartstilstand is opgetreden, is de vroegtijdige herkenning cruciaal voor de snelle activering van de dringende medische hulpverlening en de snelle start van reanimatie door omstanders. De belangrijkste observaties zijn het niet-reageren en het niet normaal ademen.

2: Vroegtijdige reanimatie door omstanders

Het onmiddellijke starten van reanimatie kan de overlevingskansen bij een hartstilstand verdubbelen of verviervoudigen. Indien mogelijk moeten in reanimatie getrainde hulpverleners borstcompressies in combinatie met beademingen toedienen. Wanneer de oproeper een niet-getrainde leek is, moet de operator van het hulpcentrum 112 hem of haar instrueren om enkel borstcompressies te geven, zonder beademing, in afwachting dat professionele hulp aankomt.

3: Vroegtijdige defibrillatie

Defibrillatie binnen de 3 tot 5 minuten na de collaps kan de overlevingskansen verhogen tot 50-70%. Dit is mogelijk dankzij publiek toegankelijke AED's en AED's ter plekke.

4: Vroegtijdige gespecialiseerde reanimatie en gestandaardiseerde post-reanimatiezorg

Gespecialiseerde reanimatie met beheer van de luchtweg, geneesmiddelen en de correctie van de oorzakelijke factoren kan nodig zijn indien de eerste reanimatiepogingen niet slagen.

Top

De absolute noodzaak van vroegtijdige reanimatie door omstanders

In de meeste landen verlopen er 5 tot 8 minuten tussen de alarmering van het systeem voor dringende medische hulpverlening en de aankomst van de ervan (responsinterval) of 8-11 minuten tot de toediening van de eerste schok. In die tijdspanne hangen de overlevingskansen van het slachtoffer af van een snelle start van de reanimatie door omstanders en het gebruik van een automatische externe defibrillator (AED).

Top

Herkenning van een hartstilstand

Een hartstilstand kan moeilijk te herkennen zijn. Zowel omstanders als operatoren van het hulpcentrum 112 moeten de hartstilstand snel diagnosticeren om de overlevingsketen te activeren. Het voelen van de carotispols (of elke andere pols) is geen accurate methode om de aan-of afwezigheid van de circulatie te beoordelen. Agonale ademhaling is aanwezig bij zowat 40% van de slachtoffers in de eerste minuten na een hartstilstand. Als men dit herkent als een teken van hartstilstand, stijgen de overlevingskansen. Tijdens reanimatie opleiding moet uitdrukkelijk op het belang van agonale ademhaling worden gewezen. Omstanders moeten vermoeden dat het gaat om hartstilstand en CPR starten indien het slachtoffer niet reageert en niet normaal ademt. Omstanders moeten een hartstilstand vermoeden bij elke patiënt die convulsies heeft.

Top

Rol van de operator van het hulpcentrum 112

Herkenning van een hartstilstand door de operator van het hulpcentrum 112

Bij patiënten die niet reageren en niet normaal ademen, moet men hartstilstand vermoeden. Gaspen komt vaak voor en bellers kunnen dit verwarren met een normale ademhaling. Een bijkomende opleiding van de operatoren, met een specifieke focus op de identificatie en het belang van gaspen, kan de herkenning van een hartstilstand verbeteren, het verstrekken van telefoon-CPR bevorderen en het aantal gemiste gevallen van hartstilstand verlagen . Als de eerste noodoproep betrekking heeft op een persoon die convulsies heeft, moet de operator steeds een hartstilstand vermoeden, zelfs wanneer de beller meldt dat het slachtoffer een voorgeschiedenis van epilepsie heeft.

Door de operator van het hulpcentrum 112 geassisteerde CPR

Reanimatie door omstanders wordt in veel landen zelden uitgevoerd. Door de operator van het hulpcentrum 112 geassisteerde CPR (telefoon-CPR) verhoogt het percentage reanimatie door omstanders, beperkt de tijd tot de eerste CPR, verhoogt het aantal toegediende borstcompressies en verbetert de overleving van een patiënt na hartstilstand buiten het ziekenhuis (OHCA) in alle patiëntgroepen. De operatoren van het hulpcentrum 112 moeten telefoon-CPR instructies geven in alle gevallen van een vermoedelijke hartstilstand, tenzij een getrainde hulpverlener al bezig is met het toepassen van reanimatie. Bij een volwassen slachtoffer moeten de operatoren van het hulpcentrum 112 enkel instructies geven voor borstcompressies. Als het slachtoffer een kind is, moeten de operatoren van het hulpcentrum 112 de oproeper instructies geven voor zowel beademingen als borstcompressies.

Top

Volgorde van handelen bij de basisreanimatie van volwassenen

Figuur 1.3 toont de gedetailleerde stapsgewijze sequentie voor de hulpverlener. Ze blijft het belang benadrukken van het verzekeren van de veiligheid van de hulpverlener, het slachtoffer en de omstanders. Bijkomende hulp roepen (indien vereist) is opgenomen in de onderstaande stappen voor de alarmering van de dringende medische hulpverlening. Voor de duidelijkheid wordt het algoritme voorgesteld als een lineaire opeenvolging van handelingen. Het is bewezen dat de vroege stappen van de controle van de respons, het openen van de luchtweg, de controle van de ademhaling en het bellen van het hulpcentrum 112 tegelijkertijd of snel na elkaar kunnen worden uitgevoerd. Individuen die niet getraind zijn om een hartstilstand te herkennen en CPR te starten, zijn zich niet bewust van deze richtlijnen en hebben dus de assistentie van de operator van het hulpcentrum 112 nodig wanneer ze beslissen om te bellen.

fig 1.3
Figure 1.3 Algoritme basisreanimatie/automatische externe defibrillatie

VEILIGHEID
Wees zeker dat het veilig is voor jezelf, het slachtoffer en de omstanders

BEWUSTZIJN
Controleer of het slachtoffer reageert

BLS

Schud voorzichtig de schouders en vraag luid: "Gaat het?"

Indien het slachtoffer reageert laat hem/haar in de positie waarin u hem/haar hebt gevonden op voorwaarde dat hij/zij niet langer gevaar loopt; zoek uit wat het probleem is; beoordeel de toestand regelmatig.

LUCHTWEG
Open de luchtweg

BLS

Draai het slachtoffer op de rug.

Leg uw hand op het voorhoofd en duw het hoofd voorzichtig achteruit; met uw vingertoppen onder de punt van de kin van het slachtoffer, til de kin omhoog om de luchtweg te openen.

ADEMHALING
Kijk, luister en voel of de ademhaling normaal is

BLS

In de eerste minuten na een hartstilstand is het mogelijk dat het slachtoffer amper ademt of zeldzaam, langzaam en luidruchtig naar adem snakt.

Verwar dit niet met een normale ademhaling. Kijk, luister en voel niet langer dan 10 s om te bepalen of het slachtoffer normaal ademt.

Indien u twijfelt of de ademhaling normaal is, moet u handelen alsof het niet normaal ademt en u klaarmaken om reanimatie te starten.

BEWUSTELOOS EN GEEN NORMALE ADEMHALING
Verwittig de hulpdiensten

BLS

Vraag indien mogelijk een omstander de hulpdiensten te bellen (112), doe het anders zelf.

Blijf indien mogelijk bij het slachtoffer wanneer u belt.

Activeer de luidsprekerfunctie op de telefoon om de communicatie met de operator van het hulpcentrum 112 te vergemakkelijken.

STUUR OM EEN AED
Stuur iemand om een AED

BLS

Stuur een omstander om een AED indien er één in de buurt is. Bent u alleen, verlaat het slachtoffer niet en start onmiddellijk CPR.

CIRCULATIE
Start borstcompressies

BLS

Kniel naast het slachtoffer. Plaats de hiel van één hand in het centrum van de borstkas van het slachtoffer; (dit is de onderste helft van het borstbeen).

Plaats de hiel van uw andere hand bovenop uw eerste hand.

Haak uw vingers in elkaar en verzeker u ervan dat u geen druk uitoefent op de ribben van het slachtoffer.

BLS

Houdt de armen gestrekt.

Oefen geen druk uit op de onderbuik of op de onderkant van het borstbeen.



BLS

Plaats u loodrecht boven de borstkas van het slachtoffer en duw het borstbeen ongeveer 5 cm diep in (maar niet meer dan 6 cm).

Laat, na elke borstcompressie de borstkas volledig terugveren zonder het contact te verliezen tussen uw handen en het borstbeen

Herhaal dit aan een frequentie van 100-120/min

INDIEN GETRAIND EN DAARTOE BEKWAAM
combineer borstcompressies en beademingen

BLS

Open, na 30 borstcompressies, de luchtweg door middel van de hoofdkanteling en de kinlift.

Knijp het zachte deel van de neus dicht met behulp van wijsvinger en duim van de hand op het voorhoofd.

Laat de mond spontaan wat openvallen maar behoud de kinlift.

Neem normaal adem en plaats uw lippen rond zijn mond, zorg voor een luchtdichte afsluiting.

Adem gelijkmatig uit terwijl u kijkt of de borstkas omhoog komt, dit gedurende ongeveer 1 seconde zoals bij een normale ademhaling: dit is een effectieve beademing.

Behoud de hoofdkanteling en de kinlift, neem de mond weg van het slachtoffer en kijk of de borstkas terug daalt wanneer de lucht ontsnapt.

Haal opnieuw adem en blaas nogmaals lucht in de mond van het slachtoffer om in totaal 2 effectieve beademingen te bekomen. Onderbreek de borstcompressies niet meer dan 10 seconden voor de 2 beademingen. Plaats dan oniddellijk uw handen op de juiste plaats op het borstbeen en geef opnieuw 30 borstcompressies.

Ga door met borstcompressies en beademingen in een verhouding van 30:2.

INDIEN NIET GETRAIND OF HET NIET MOGELIJK IS OM TE BEADEMEN
ga door met alleen borstcompressies

BLS

Reanimeer met alleen borstcompressies (continue borstcompressies met een frequentie van minstens 100-120/min).

WANNEER DE AED BESCHIKBAAR IS
Activeer de AED en plaats de elektroden

BLS

Zodra de AED beschikbaar is:

Activeer de AED en kleef de elektroden op de ontblote borstkas;

Indien meer dan een hulpverlener aanwezig is, wordt verder gereanimeerd tijdens het kleven van de elektroden.

Volg de gesproken/visuele opdrachten op

BLS

Wees er zeker van dat niemand het slachtoffer aanraakt terwijl de AED de analyse uitvoert.

Indien een schok is aanbevolen, dien een schok toe

BLS

Wees er zeker van dat niemand het slachtoffer aanraakt.

Druk op de schokknop zoals aangegeven (volautomatische AED's leveren de schok automatisch af).

Start onmiddellijk CPR 30:2.
Ga verder zoals aangegeven door de gesproken / visuele instructies.

Indien er geen schok is aanbevolen, ga door met CPR                                              

Hervat onmiddellijk CPR.
Ga verder zoals aangegeven door de gesproken/visuele instructies.

INDIEN GEEN AED BESCHIKBAAR
Ga door met CPR

BLS

Onderbreek de reanimatie niet tenzij:

  • een professionele hulpverlener u vraagt te stoppen;
  • het slachtoffer definitief wakker wordt: hij beweegt, opent zijn ogen en ademt normaal;
  • u bent uitgeput.

INDIEN GEEN REACTIE MAAR EEN NORMALE ADEMHALING
Indien u zeker bent dat het slachtoffer normaal ademt maar steeds geen reactie vertoont, plaats hem in stabiele zijligging (Zie hoofdstuk Eerste hulp)


Het is zeldzaam dat het hart opnieuw zal starten door reanimatie alleen. Blijf reanimeren tenzij u zeker bent dat de persoon herleeft

tekenen van leven:                                                      Stabiele zijligging

  • wakker worden
  • bewegen
  • ogen openen
  • normaal ademen

wees klaar om opnieuw te reanimeren indien de patiënt slechter gaat.

Figuur 1.4 Stapsgewijze volgorde van de behandeling van volwassen slachtoffers van hartstilstand door de in BLS/AED opgeleide hulpverlener.

De luchtweg openen en de ademhaling controleren

De getrainde hulpverlener moet het gecollabeerde slachtoffer snel beoordelen om te bepalen of het reageert en normaal ademt. Open de luchtweg door het hoofd van het slachtoffer naar achter te kantelen en de kin op te tillen (head tilt chin lift manoeuvre) terwijl u controleert of de persoon normaal ademt.

De hulpdiensten bellen

112 is het Europese noodnummer dat u in heel de EU gratis kunt bellen. U kunt 112 bellen met een vaste of mobiele telefoon om elke hulpdienst te bereiken: ambulance, brandweer of politie. Een vroeg contact met de hulpdiensten zal het gemakkelijker maken om de hartstilstand te herkennen met de assistentie van de operator van het hulpcentrum 112, om telefonische instructies te geven voor het toepassen van reanimatie, om dringende medische hulpverlening uit te sturen en om een AED te lokaliseren en te laten komen.

Borstcompressies starten

Bij volwassenen die moeten gereanimeerd worden, is de waarschijnlijkheid van een primaire cardiale oorsprong groot. Wanneer de bloeddoorstroming stopt na een hartstilstand, blijft het bloed in de longen en in het arteriële systeem nog enkele minuten voorzien van zuurstof. Om de prioriteit van borstcompressies te benadrukken, is het aanbevolen reanimatie te beginnen met borstcompressies in plaats van met beademingen.

Bij het geven van manuele borstcompressies:

1. Plaats de handen 'in het midden van de borstkas'

2. Druk de borstkas ongeveer 5 cm maar niet meer dan 6 cm in bij de gemiddelde volwassene

3. Druk de borstkas in met een snelheid van 100 tot 120 compressies per minuut met zo weinig mogelijk onderbrekingen

4. Laat de borstkas na elke compressie telkens omhoog komen; steun niet op de borstkas.

Plaats van de handen

Uit experimentele studies blijkt een betere hemodynamische respons wanneer de borstcompressies worden toegediend op de onderste helft van het borstbeen. Het wordt aanbevolen deze locatie op een vereenvoudigde manier wordt aangeleerd, zoals 'plaats de hiel van de ene hand in het midden van de borstkas, en plaats de andere hand er bovenop'. Deze instructie moet gepaard gaan met een demonstratie van de plaatsing van de handen op de onderste helft van het borstbeen.

Borstcompressies worden het best uitgevoerd door één hulpverlener die naast het slachtoffer knielt. Dit bevordert de afwisseling tussen borstcompressies en beademingen met minimale onderbrekingen. Een techniek waarbij gereanimeerd wordt over het hoofd (één hulpverlener) of schrijlings over het slachtoffer (twee hulpverleners) kan worden gebruikt in situaties waarbij het niet mogelijk is naast het slachtoffer te knielen, bijvoorbeeld als het slachtoffer zich in een kleine ruimte bevindt.

Compressiediepte

Gegevens uit vier recente observationele studies suggereren dat een compressiediepte van 4,5 - 5,5 cm bij volwassenen betere uitkomsten geeft dan alle andere compressiediepten tijdens manuele reanimatie. Uit een van deze studies blijkt dat een compressiediepte van 46 mm samengaat met de hoogste overlevingskans. De ERC onderschrijft dan ook de ILCOR-aanbeveling om bij volwassenen van gemiddelde grootte te streven naar een compressiediepte van ongeveer 5 cm maar niet meer dan 6 cm.

Compressiesnelheid

Twee studies hebben hogere overlevingskansen aangetoond bij patiënten die borstcompressies kregen met een snelheid van 100-120 per minuut. Zeer hoge compressiesnelheden gingen samen met afnemende compressiediepten. De ERC beveelt dan ook borstcompressies met een snelheid van 100-120 per minuut aan.

Minimale onderbrekingen van de borstcompressies

Pauzes van minder dan 10 seconden voor en na een defibrillatieschok en compressiefracties >60% gaan samen met betere resultaten. Onderbreek daarom de borstcompressies zo weinig mogelijk.

Stevige ondergrond

Pas CPR indien mogelijk toe op een stevige ondergrond. Laat luchtmatrassen altijd leeglopen tijdens de reanimatie. De evidentie voor het gebruik van rugplanken is dubbelzinnig. Als een rugplank wordt gebruikt, moet u voorkomen dat de reanimatie wordt onderbroken en dat intraveneuze lijnen of andere tubes loskomen tijdens het plaatsen van de plank.

Terugveren van de borstkas

Het volledig laten terugveren van de borst na elke compressie geeft een betere veneuze terugkeer naar de thorax en kan de effectiviteit van de reanimatie verbeteren. Hulpverleners moeten daarom vermijden om na elke borstcompressie op de borstkas te steunen.

Cyclus

Er is quasi geen bewijs om een specifieke cyclus aan te bevelen, en dus onvoldoende nieuwe evidentie om de huidige aanbevolen ratio van 50% te wijzigen. Deze ratio geeft aan dat de tijd om de borstkas in te drukken en de tijd om deze te laten terugveren even lang moet duren.

Feedback over de compressietechniek

Geen van de studies over feedbackapparaten of toestellen met gesproken feedback hebben een verbeterde overleving bij ontslag aangetoond met de feedback. Het gebruik van CPR feedback of van toestellen met gesproken feedback tijdens reanimatie mag slechts worden overwogen als onderdeel van een ruimer zorgsysteem dat algemene initiatieven voor de verbetering van de kwaliteit van de reanimatie omvat, veeleer dan als een geïsoleerde interventie.

Beademingen

Wij suggereren dat tijdens de reanimatie bij volwassenen teugvolumes van ongeveer 500 tot 600 ml (6-7 ml/kg) worden gegeven. In de praktijk is dit het volume dat nodig is om de borst zichtbaar omhoog te doen komen. Eerstehulpverleners moeten streven naar een beademingsduur van ongeveer 1 seconde, met voldoende volume om de borst van het slachtoffer omhoog te doen komen, maar moeten snelle of krachtige beademingen vermijden. De maximale onderbreking van de borstcompressies om twee beademingen te geven mag niet langer dan 10 seconden duren.

Compressie-ventilatieratio

In de ERC Richtlijnen 2010 werd een ratio van 30:2 aanbevolen voor een Eerstehulpverlener die alleen is en een volwassene probeert te reanimeren. Verscheidene observationele studies hebben iets betere overlevingskansen gerapporteerd na implementatie van deze gewijzigde richtlijnen, met inbegrip van de overschakeling naar een compressie-ventilatieratio van 15:2 naar 30:2. De ERC blijft dus een compressie-ventilatieratio van 30:2 aanbevelen.

Reanimatie met alleen compressie

Observationele studies, meestal geclassificeerd als van zeer lage evidentie, hebben een equivalentie gesuggereerd tussen CPR met alleen borstcompressies en een combinatie van borstcompressies met beademingen bij volwassenen met een vermoedelijke cardiale oorzaak van de hartstilstand.Ons vertrouwen in de gelijkwaardigheid tussen het uitsluitend toedienen van borstcompressies en standaard CPR is onvoldoende om de huidige richtlijnen te wijzigen. De ERC ondersteunt daarom de aanbevelingen van ILCOR dat alle Eerstehulpverleners borstcompressies moeten toe passen bij alle patiënten met hartstilstand. Eerstehulpverleners die opgeleid en bekwaam zijn om beademingen te geven, moeten borstcompressies en beademingen geven, aangezien dit een bijkomend voordeel kan opleveren bij kinderen en personen met een hartstilstand door verstikking of bij een langdurig responsinterval van de dringende medische hulpverlening.

Top

Gebruik van een automatische externe defibrillator

Een automatische externe defibrillator (AED) kan veilig en effectief worden gebruikt door leken zonder of met een minimale opleiding. Dankzij een AED kan men vele minuten voor de aankomst van professionele hulpverleners defibrilleren. Eerstehulpverleners moeten de reanimatie voortzetten met een minimale onderbreking van de borstcompressies terwijl zij de AED aanleggen en tijdens het AED gebruik. Eerstehulpverleners moeten zich concentreren op het volgen van de gesproken opdrachten zodra ze worden gegeven, in het bijzonder de CPR hervatten wanneer de opdracht hiervoor wordt gegeven, en de onderbrekingen van de borstcompressies tot een minimum beperken. Standaard AED's zijn geschikt voor gebruik bij kinderen ouder dan 8 jaar. Gebruik voor kinderen van 1 tot 8 jaar pediatrische elektroden, samen met een stroomverzwakker of in pediatrische modus, indien beschikbaar.

Reanimatie vóór de defibrillatie

Zet de reanimatie verder terwijl een defibrillator of AED ter plekke wordt gebracht en aangelegd; de defibrillatie mag echter niet langer worden uitgesteld.

Interval tussen ritmecontroles

Pauzeer de borstcompressies om de twee minuten om het hartritme te beoordelen.

Gesproken opdrachten

Het is uitermate belangrijk dat de eerstehulpverleners op de gesproken opdrachten van de AED letten en ze onmiddellijk uitvoeren. Gesproken opdrachten zijn meestal programmeerbaar. Het is aanbevolen ze in te stellen volgens de bovenvermelde volgorde van de schokken en de timing voor de cardiopulmonale reanimatie. Apparaten die de kwaliteit van de reanimatie meten, kunnen aanvullende CPR-feedback in reële tijd en bijkomende gesproken/visuele opdrachten geven.

In de praktijk worden AED's het meest gebruikt door opgeleide hulpverleners, voor wie de standaard instellingen van de AED moeten staan op een borstcompressie:ventilatieratio van 30:2. Indien (bij wijze van uitzondering) de AED in een omgeving is geplaatst waar opgeleide hulpverleners waarschijnlijk niet beschikbaar of aanwezig zijn, kan de eigenaar of distributeur ervoor kiezen de instellingen in enkel compressie instructies te wijzigen.

Programma's voor publieke toegang tot defibrillatie

De plaatsing van AED's in zones waar men één hartstilstand per 5 jaar mag verwachten, wordt als kosteneffectief en vergelijkbaar met andere medische interventies beschouwd. De registratie van AED's met publieke toegang, zodat de operatoren van het hulpcentrum 112 de eerstehulpverleners naar een AED in de nabije omgeving kunnen sturen, kan eveneens helpen om de respons te optimaliseren. De effectiviteit van AED's bij slachtoffers thuis is beperkt. De verhouding van patiënten die in VF worden aangetroffen, is thuis lager dan op openbare plaatsen, maar het absolute aantal potentieel behandelbare patiënten is thuis hoger. Publiek toegankelijke defibrillatie bereikt de slachtoffers zelden thuis. Lekenhulpverleners die dichtbij het slachtoffer wonen en die naar een AED in de omgeving worden gestuurd, kunnen de cijfers voor reanimatie door omstanders verbeteren en de tijd tot de defibrillatie verkorten.

Universele AED-pictogrammen

ILCOR heeft een eenvoudig en duidelijk AED-pictogram ontworpen dat wereldwijd herkenbaar is en dat wordt aanbevolen om op de plaats van een AED aan te brengen.

In-hospital gebruik van AED's

Er zijn geen gepubliceerde gerandomiseerde studies die het in-hospital gebruik van AED's met manuele defibrillatoren vergelijken. Drie observationele studies hebben geen verbetering van de overleving tot ziekenhuisontslag aangetoond bij in-hospitaal stilstand van volwassenen met gebruik van een AED vergeleken met manuele defibrillatie. Een andere grote observatiestudie heeft aangetoond dat in-hospitaal gebruik van AED's gepaard gaat met een lager overlevingscijfer tot ziekenhuisontslag, vergeleken met geen gebruik van AED's. Dit suggereert dat AED's een nefaste vertraging bij het opstarten van de reanimatie of onderbreking van de borstcompressie kunnen veroorzaken bij patiënten met niet-schokbare ritmes. Wij bevelen het gebruik van AED's aan in de zones van het ziekenhuis waar er een risico van uitgestelde defibrillatie bestaat, omdat het verscheidenen minuten kan duren vóór een interventieteam aankomt en omdat de eerstehulpverleners niet bekwaam zijn in manuele defibrillatie. Het is de bedoeling om binnen de 3 minuten na collaps te defibrilleren. In ziekenhuiszones met snelle toegang tot manuele defibrillatie, door opgeleid personeel of door eeen reanimatieteam, geniet manuele defibrillatie de voorkeur tegenover een AED. Ziekenhuizen moeten het interval tussen de collaps en de eerste schok monitoren en de uitkomst van de reanimatie auditeren.

Risico's voor de eerstehulpverlener en de gereanimeerde

Bij slachtoffers die uiteindelijk geen hartstilstand blijken te hebben, leidt reanimatie door omstanders uiterst zelden tot ernstige schade. Eerstehulpverleners moeten dus niet aarzelen om een reanimatie te beginnen uit vrees schade te zullen veroorzaken.

TopUniversele AED-pictogram

Top